Auto van de zaak

Vanaf 1 januari 2006 behoort de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak tot het loon in plaats van een bijtelling in de inkomstenbelasting. De bijtelling voor privégebruik is de waarde van het privégebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto, verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer voor het privégebruik. De waarde van het privégebruik is een forfaitair percentage van de catalogusprijs van de auto, inclusief BPM en omzetbelasting. Voor het jaar 2009 is dat 25%.

De bijtelling geldt per kalenderjaar. Als een werknemer minder dan 500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt en dit kan bewijzen, is er geen bijtelling. De werknemer kan daartoe een verklaring aanvragen bij de Belastingdienst. Het aanvraagformulier dat hij daarvoor moet gebruiken, is te downloaden via www.belastingdienst.nl.
De overgang van deze bijtelling van de inkomstenbelasting naar de loonheffing kan gevolgen hebben voor de Voorlopige Teruggave.

 

Voor bestelauto's geldt daarnaast nog het volgende:

  • er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de werknemer de bestelauto niet kan gebruiken buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten bedrijfsterrein. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privé-gebruik opleggen aan de werknemer. Hierbij is vereist dat hij controle uitoefent op de naleving van het verbod en een passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden.
  • bij bestelauto's die door de aard van het werk doorlopend afwisselend worden gebruikt door twee of meer werknemers kan het privé-gebruik moeilijk vast te stellen zijn. Het privé-gebruik wordt dan door middel van eindheffing bij de werkgever belast. Deze eindheffing bedraagt € 300 per bestelauto op jaarbasis.

Zie ook onze extra item "alles over de auto van de zaak".